Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze bracht elkeen 't hoofd op hol, maar in werkelijkheid scheen ze met haar hart alleen van mij te houden.

Nikos nam een droog blad tabak, wreef 't verwoed in de palm van z'n hand, maakte z'n sigaret vast en begon weer te vertellen:

„Hier in onze armzalige streek beschouwde iedereen ons zoowat als verloofd, en 't zag er niet naar uit dat Róéso's vader niet met 't zaakje was ingenomen. En laten we 't nu maar gerust zeggen: wat voor een beteren kerel zou hij voor z'n Róéso kunnen vinden? Er is hier bij ons niemand anders die bezitter is, om zoo te zeggen. We zijn zoowat allemaal menschen die voor hun brood moeten werken en verder ging 't den ouwe niet aan. Nu goed.... In 't vorige voorjaar trok 'k er met een tweehonderd lammeren op uit. Er was veel vraag naar en 'k raakte ze gauw kwijt. Hoeveel uren, hoeveel dagen 'k ook in de groote stad was, waar 'k ook ging, overal zag 'k twee donkere oogen om me heen. Wat een dwaze menschen zijn dat daarginder! Ze geven hun geld uit, ze schudden hun heelen geldzak leeg voor marmer en steenen. Wat hebben ze er aan!

Ik weet niet waarom 'k al den tijd dat 'k onderweg was 't gevoel had of er iets loodzwaar op m'n hart drukte, terwijl 'k steeds een neiging had om verkeerde dingen te doen: op den terugweg beloofde 'k zelfs aan den duivel een kaars; hoe dichter 'k bij de schaapskooi kwam, hoe eindeloozer de weg me leek. Op Driekoningen kwam 'k thuis, tegen den avond; 'k ga regelrecht naar den stal

Sluiten