Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden. De arme Arsèno keek haar elk oogenbük heimelijk aan en ging weg, waar haar dochter haar niet kon zien, om haar lot te bejammeren.

Op den middag van den H. Demetrius, toen de bergen en de boomen door de herfstregens gedrenkt in de zon lagen te stralen, kwam ze, zwak en krachteloos als ze was, uit bed. Haar moeder boog zich over haar heen en waschte haar gezichtje. Daarna zocht ze den kam en ging naar den spiegel toe. Ze keek erin en haar gezicht werd nog bleéker dan 't al was, ze gaf een gil en de tranen stroomden uit haar oogen. Ze keek naar haar moeder en zag ook haar in tranen. En zoo bleven moeder en dochter langen tijd samen schreien. Uit was 't met schoonheid en trots, met vreugde en geluk! 't Arme meisje voelde een steek in haar hart, die bittere woorden deed opwellen op haar pokdalige, gerimpelde lippen. Ze ging aan 't raam leunen. Buiten lachte de blauwe hemel, de vogels vlogen in paren, de blaren trilden aan de boomen, en de zon die ginds in de bergen onderging, speelde in 't water van de bron, die zacht en schuimend over de steentjes van de bedding kabbelde.

't Was feest en de winkels verderop bij den grooten plataan, die de geheele helling onder den heuvelkam bedekte, waren vol menschen. De foestanélla blonk en vr oolijke liederen lieten zich hooren. Wat was alles eender gebleven en even mooi als vroeger! 't Arme meisje leunde uit 't venster en keek verdrietig naar buiten. Op straat was 't een komen en gaan van de fiere jonge mannen; soms keken ze op naar 't venster, ze zagen haar eerst

Sluiten