Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIAROKAPPIS.

Dien avond kreeg 'k onderdak in 't huis van Nikólas Trypias, naast den H. Nikolaas, de groote kerk van 't dorp. Pappadati is, net als al de dorpen van Xerómero, gebouwd op hooge bergruggen en barre rotsen met steeneiken en steenen, met hagebeuken, met reusachtige bergen rondom, met velden in duizenden kleuren, met eindelooze bosschen, met saffierblauwe meren, terwijl *t warme water over een afstand van een uur gaans in vaten wordt aangevoerd, en er een eeuwige Noordwester blaast, zoo'n echte wind uit een bergengte, die ieder mensch uit de vlakte die daar niet aan gewoon is doet verstijven op een geweldige manier, een engte-wind die als een schrikwekkend leger aanrukt, van de overzij vanTzoemérka en de bergen van Soelió af.

Met zonsondergang bereikte 'k de dorschvloeren aan den voet van den berg. 't Heele dorp was druk aan 't werk; iedereen was aan 't maaien, aan 't dorschen, aan 't wannen. Daar vond 'k Nikólas Trypias; 'k liet m'n paard drinken aan de bron, verfrischte m'n lippen wat na een tocht van zeven uren; Trypias besteeg ook z'n grauwtje en we gingen den berg op naar 't dorp. Laurierboomen, bloeiende geurige wilde wingerd, oude klimop, reusachtige amandelboomen, onsterflijke eiken, heel hooge steeneiken, trotsche hagebeuken, groote wilgenbosschen, rotsen en holen, stokoude wingerdranken die in slingers aan de takken hingen, thiim en wilde bloemen, tooiden aan weerskanten

Sluiten