Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't stéile pad en heel die wilde streek, zoodat 'k als een hond m'n tong uit m'n mond liet hangen terwijl we steeds hooger klommen, al klemde 'k me ook stevig als een bloedzuiger vast aan de kanten van 't zadel, daar 'kvol angst vlak langs de hoeven der paarden in geweldig diepe afgronden met opstaande randen rondom neerkeek, die alleen voor wilde geiten begaanbaar waren. In de schemering bereikten we 't hoogste punt van 't dorp. We stapten af op 't erf van 't huis.

„Hei Artnial" roept Trypias, en de kromgetrokken deur yan 't lage huisje gaat open en een meisjeskopje vertoont zich, met een zwarten doek kruiselings onder den kin gebonden, van achteren kort, om op de schouders twee gouden vlechten te laten neervallen, waarvan de goudglans nog verhoogd werd door de avondstralen, 't Bevallige meisje kwam dadelijk naar ons toe en begroette me met neergeslagen oogen en schuchtere stem. Ze nam de paarden bij den halster, trok ze vlak langs den muur, zadelde ze af en liet ze wegbrengen om ergens in een vallei te gaan weiden door een kleinen jongen die een regen van steenen gooide naar de takken van een ouden amandelboom en z'n buis volstopte met amandels.

We gingen 't huis binnen en strekten ons op een rustbed op den grond uit. 't Huis bestond uit een groote kamer met berookte balken aan de zoldering, geheel gekalkte muren in 't rond, den haard in 't midden van een muur, de twee nissen voor 't opbergen van 't gerei ernaast, de planken rondom langs de muren vol met alle mogelijke voor-

Sluiten