Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over zuuen treKKen mei uen eersten icycu.

De oude man schudde een paar maal z'n grijze hoofd alsof hij de woorden van z'n schoonzoon niet wou gelooven, keek met z'n treurige, doffe oogen z'n dochter aan en riep uit:

„Maar m'n jongen, wat moet nu een vrouw doen op de bergen in de eenzaamheid? Als dat maar goed afloopt!... Wie heeft ooit gehoord dat iemand behalve z'n eigen hoofd ook dat van z'n vrouw op 't spel zet?"

„Ze moet bij haar man zijn, vader. Je weet, daar valt met mij niet over te praten. Als ik in 't dorp kom, doe 'k dat alleen ter wille van m'n vrouw: dat zweer 'k je bij dé trouwkransen die we gewisseld hebben. Denk eens aan hoe lang ik haar nu al niet heb moeten missen 1... Ik weet vandaag niet of ik morgen leef of dat een ongelukskogel me treft, en dan praat jij me van zulke dingen!... Kom, Artnia, laten we gaan!" ...

„Zooals je wilt, jongen, ze is je vrouw," mompelde de grijsaard en plukte met z'n vingers aan den kwast op z'n schoen.

De kleft deed de deur open, smeet Malliarós met de kolf van z'n geweer opzij en luisterde gespannen in de richting van 't dorp. Malliarós kwam al gauw weer terug en kwispelde met neerhangende ooren: hij was blijkbaar van jongs af gewend aan zulke behandelingen, en als iemand die gedaan heeft wat z'n plicht was, ging hij aan de voeten van Trypias liggen en keek hem klagend aan met z'n groote ronde oogen.

En teaeliikertiid wenschte Liarokappis ons goe-

Sluiten