Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Toen Jeanne haar koffers had gepakt, ging ze naar het venster en keek naar buiten, in den stroomenden regen.

Heel den langen nacht had het water tegen de vensters en langs de daken gegudst: uit de loodgrijze wolken plasten voortdurend zware stroomen neer, die door de goten niet konden worden verzwolgen, en nu kleine beekjes vormden, waardoor het plaveisel in een modderpoel veranderde.

Den vorigen avond had Jeanne voorgoed de kostschool -verlaten; het leven, waarnaar zif zoo vurig had verlangd, lag nu voor haar open, maar een gevoel van angst kon zij niet van zich afzetten, als zij eraan dacht, dat haar vader zeker niet zou vertrekken, indien het weer niet opklaarde.

Voor den honderdsten keer keek ze naar de lucht en toen zij weer in de kamer terugkeerde bemerkte zij, dat ze had vergeten, haar kalender in te pakken. Zij nam dien nu van den muur en zette een schrap door de eerste vier maandkolommetjes tot aan 2 Mei 1819, den datum, waarop zij de kostschool had verlaten.

Van buiten klonk een stem:

— Jeannette!"

— Kom binnen, papa!"

Baron Simon Jacques le Perthuis des Vauds trad binnen. Hij was een goedmoedig, eenigszins wonderlijk edelman uit de vorige eeuw; ijverig volgeling van J. J. Rousseau, gevoelde hij sterke liefde voor bosch, veld en dier. Aristocraat van geboorte, verafschuwde hij de gebeurtenissen van 1793; filosoof van aanleg en liberaal opgevoed, haatte hij elke

Sluiten