Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwingelandij. Hij was een goed mensen, wiens grootste genoegen bestond in weldoen naar allen kant; een liefhebberij, die tot een ziekelijke eigenschap was geworden en daardoor bijna ontaard in een ondeugd. Voor zijn dochter had hij een opvoedingssysteem ontworpen, dat er op was gebaseerd om haar tot een gelukkig, oprecht, goed en teervoelend mensch te maken. Tot haar twaalfde jaar was zij thuis gebleven en toen, ondanks de tranen van haar moeder, naar een kloosterschool gestuurd. Sindsdien was het meisje totaal onwetend gehouden van wat het leven brengt, omdat de vader er op stond, zijn dochter op zeventienjarigen leeftijd zelf in te wijden in wat er schoons en poëtisch is in het leven.

Het meisje had nu het klooster verlaten; verlangend naar levensgeluk, klaar om deel te nemen aan alle mogelijke vreugd, waarmede zij in gedachten zich al zoo vele lange nachten had beziggehouden, liet zij het stille, eentonige leven achter zich.

Zij was een fijne, aristocratische verschijning, met schitterend blond haar en een teer-roze, zijige huid; haar oogen waren blauw als de poppetjes op Delftsch aardewerk.

Op den linker neusvleugel droeg zij een kleine moedervlek en een andere op de rechterzijde van de kin. Zij was van hooge gestalte met rijpe vormen. Haar stem sloeg af en toe naar het scherpe over, maar ze had een prettigen, vroolijken lach.

Ze ging naar haar vader toe en omhelsde hem.

— Gaan we weg?" vroeg ze.

Hij lachte, streek eens door zijn haren, die bijna grijs waren en wees toen naar het venster.

— Wou je reizen met zulk weer?"

— Toe, vadertje, laten we gaan, vleide zij. U zult zien, dat 't vanmiddag prachtig weer wordt."

— Je moeder zal 't nooit goedvinden."

— O, ik weet 't zeker, ik zal haar overhalen."

— Als je dat gedaan kunt krijgen, vind ik het best."

Ze haastte zich naar de kamer van de barones, want ze

Sluiten