Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had met groot ongeduld dézen dag van vertrek verbeid.

Sinds haar komst op de kloosterschool had ze Rouen niet meer verlaten; haar vader veroorloofde haar niet de minste ontspanning vóórdat zij den door hem vastgestelden leeftijd had bereikt. Twee keer alleen had men haar voor veertien dagen meegenomen naar Parijs, maar zij gaf niet veel om de groote stad, droomde slechts van het buitenleven.

Zij zou den zomer gaan doorbrengen op het landgoed van den baron, een oud kasteel in de buurt van Yport, en zij stelde zich veel voor van het heerlijke, vrije buitenleven.

Zij zou mettertijd eigenares worden van dit riddergoed, waar zij ook na haar huwelijk zou blijven wonen.

Nog altijd viel de regen in stroomen neer, tot groot verdriet van het jonge meisje.

Maar drie minuten later stormde zij de kamer van haar moeder uit en ze riep door Let heele huis: „Papa, papa! Mama vindt 't goed; laat dadelijk inspannen!"

Toen het rijtuig voor de deur stond, was de regen aangegroeid tot een waren zondvloed.

Jeanne stond al kant en klaar om in te stappen, toen de barones de trap afkwam, aan den eenen kant ondersteund door haar echtgenoot, aan den anderen kant door de kamenier, een forsch gebouwd achttienjarig meisje, geboortig uit Normandië. Men beschouwde haar in de familie zoon beetje als de tweede dochter, want zij was Jeanne's zoogenaamde zuster geweest. Ze heette Rosalie en haar voornaamste werk was de barones op haar wandelingen te geleiden en te steunen, sinds deze, tengevolge van een hartvergrooting, lijdende was geworden.

De barones bereikte met groote inspanning het rijtuig.

Zij keek naar de doornatte straat en zei: ,,'t ls onverantwoordelijk !"

Glimlachend antwoordde haar man:

— 't Is je eigen wil geweest, mevrouw Adelaïde."

Hij zei dat „mevrouw" altijd een beetje plechtstatig, de

Sluiten