Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede baton, met 'n ietsje respect en een tikje ironie in zijn stem.

De barones stapte met veel moeite in het rijtuig, de baron ging naast haar zitten, Jeanne en Rosalie namen plaats op het bankje er tegenover.

Ludivine, het keukenmeisje, sleepte stapels mantels en plaids aan, die de reizigers over de knieën legden en twee manden werden onder de banken geschoven; toen klom Ludivine op den bok naast Simon, den koetsier en ze sloeg eene groote deken om zich heen. De conciërge en zijn vrouw kwamen goede reis wenschen; zij kregen nog een paar wenken in verband met het verzenden der koffers, die op een kar zouden worden nagestuurd, het portier werd gesloten en het gezelschap vertrok.

Simon zat met gekromden rug op den bok, de regen droop van zijn hoed en doorweekte zijn jas.

Het rijtuig sjokte voort; de striemende waterstralen kletsten tegen de ruiten van het voertuig, huizen en boomen en straten alles zag er even troosteloos uit, even grauw en eentonig.

Al spoedig lag het bewoonde deel achter de reizigers; men reed langs velden, waarin een verdronken wilg zijn takken zwaar liet hangen. De paardehoeven klakten in den modder, die hoog opspatte in breede bogen.

Het gezelschap sprak geen woord. De barones had de oogen gesloten en was zoetjes aan het indommelen, de baron keek met slaperigen, verveelden blik naar het trieste, doorweekte landschap. Rosalie, die een pak op de knieën torste, dacht aan allerlei, waaraan kinderen uit het volk denken. Maar Jeanne voelde zich herleven als een plant, die langen tijd in de kas gestaan had. Ze zei niets, maar zij had het wel kunnen uitjubelen en het deed haar aangenaam aan, te luisteren naar den hoefslag der paarden, te kijken naar het doodsche landschap, te gevoelen de eenzaamheid van dit ondergeloopen, verdronken oord.

De barones was ingedut. Haar gelaat, dat^werd omlijst

Sluiten