Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van haar hopen en verlangens 1 Zij strekte de armen naar den lichtenden hemel met een neiging om de zon te omhelzen; zij wilde iets zeggen, iets uitroepen om den jongen dag te begroeten, maar let was haar niet mogelijk, haar geestdrift onder woorden te brengen. Zij borg het hoofd in de handen, zij . voelde haar oogen zich vullen met tranen; zij schreide van geluk.

Toen zij het hoofd ophief, was al de heerlijkheid van den komenden dag reeds verdwenen. Ze voelde zich kalmer, een beetje vermoeid. Ze liet haar venster open en strekte zich op haar bed uit, waar ze na enkele minuten zóó vast in slaap zonk, dat ze eerst wakker werd, toen haar vader om acht uur, nadat hij herhaaldelijk vergeefs had geklopt, de kamer binnenkwam.

Hij wilde haar nu de verfraaiingen laten zien van zijn kasteel.

Samen gingen zij, Jeanne en de baron, arm in arm wandelen door de populierenlaan en over het grasveld. Zij bekeken de aangebrachte veranderingen, zij wijdden hun aandacht aan alle mogelijke kleinigheden en toen na den lunch „mevrouw" Adelaïde zei, dat zij ging rusten, stelde de baron voor,, naar Yport te gaan, Zij wandelden naar het dorpje, onderweg vriendelijk gegroet door de boeren, die zij ontmoetten, en lang nagestaard door de vrouwen, die, op den drempel van haar huisjes gezeten, hen langs zagen gaan.

Jeanne was in de wolken, toen zij de zee zag in heel haar groene schoonheid; toen zij heel in de verte de blanke zeilen zag voorbijdrijven als groote vogels: toen zij het oog liet rusten op een kleine kaap, een donkere plek tegen den klaren hemel.

Wat huisjes en een kleine haven lagen in de buurt en op het smalle strand braken de witgekuifde golfjes met zacht geklots. Eenige visschers maakten toebereidselen om 's avonds ter vangst te gaan.

Een stevige kerel naderde hen, om zijn visch aan te bieden en Jeanne kocht een grooten schol, dien zij zelf mee naar het kasteel wilde nemen.

Een Leven

2

Sluiten