Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vader en haar moeder en van den baron, toen zij nog zijn verloofde was.

Ze had die brieven in een klein kistje weggesloten en als zoo'n regendag was gekomen, zei ze op vertrouwelijken toon: „Rosalie, kind, breng me mijn kistje met souvernirs."

Het meisje haalde dBn het gevraagde, zette het op een Stoel naast haar meesteres, die langzaam, één voor één, de brieven ging lezen en af en toe een traantje wegpinkte.,

Een enkelen keer was Jeanne Rosalie's plaatsvervangster; dan ging zij wandelen met petite mére, die haar alle mogelijke jeugdherinneringen vertelde.

Op een namiddag, toen zij waren gaan rusten op een bank achter in het park, zagen zij aan 't eind van de populierenlaan een geestelijke aankomen. Hij groette van verre, glimlachte, groette nog eens, toen hij naderbij was gekomen en vroeg: „Wel, hoe maakt de barones het?"

Dat was de pastoor van het dorp.

Petite mère was geboren in de eeuw van de filosofen, zij was opgevoed in de dagen der Revolutie door een weinig geloovend vader, zij bezocht geen enkele kerk, maar zij hield van de geestelijken uit een soort godsdienstig instinct der vrouw.

Zij had pastoor Picot totaal vergeten en nu zij hem zag, kleurde zij en maakte verontschuldigingen, maar de goede man toonde zich weinig gepikeerd; hij groette Jeanne, zei dat zij er goed uitzag, ging zitten en nam zijn steek op zijn knieën. Hij was zwaar gebouwd, had een hooge gelaatskleur en transpireerde erg. Uit zijn zak haalde hij een grooten, geruiten zakdoek te voorschijn, waarmee bij zijn gelaat en nek droogde.

Pastoor Picot was een vroolijk, verdraagzaam, goedmoedig mensen, die allerlei verhalen deed, over de menschen uit den omtrek sprak en niet scheen te hebben opgemerkt, dat zijn beide parochianen nog niet in de kerk waren geweest.

De baron verscheen. Ofschoon hij nooit een kerk bezocht, behandelde hij den pastoor met groote onderscheiding en noodigde hem voor 't diner uit.

Sluiten