Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men onderhield zich aan den maaltijd over alle mogelijke onderwerpen en aan het dessert zei de pastoor, terwijl een vroolijke glimlach zijn gelaat verhelderde: „Ik heb een nieuwen parochiaan, dien gij zeker moet leeren kennen, vicomte de Lamare."

De barones kende op haar duimpje alle families uit de provincie er zij vroeg: „Is hij van den tak van de Lamare's uit de Eure?"

De pastoor knikte: „Ja, mevrouw, 't is de zoon van Vicomte Jean de Lamare, die verleden jaar is gestorven."

Nu deed madame Adelaïde, die zich buitengewoon interesseerde voor den adelstand, een heele reeks vragen en zij vernam, dat de jonge man, nadat de schulden van den vader waren betaald, zijn familiegoed had verkocht en zich had teruggetrokken op een der boerderijen, die hij bezat in dé gemeente Etouvent. Die goederen brachten hem vijf a zes duizend livres rente; maar de vicomte was economisch aangelegd, hij was verstandig en had uitgerekend, dat hij, als hij twee of drie jaren in zijn eenvoudig huis had gewoond, weer in de wereld kon verschijnen en kon trouwen, zonder dat hij schulden had of zijn bezittingen met hypotheek behoefde te bezwaren.

En de pastoor voegde er aan toe: ,,'t Is een buitengewoon aardige jongen, zoo bedaard, zoo gedistingeerd. Maar hij schijnt zich daar buiten niet zoo heel erg te amuseeren."

— Breng hem maar eens mee, meneer pastoor," zei de baron, „dat zal hem nog wat afleiding geven."

Toen sprak men over andere dingen.

Nadat de koffie was gebruikt, vroeg de pastoor verlof, een wandeling in den tuin te maken om, zooals dat zijn gewoonte was, na den maaltijd wat ontspanning te nemen. De baron ging met hem mee, ze rookten een sigaar en daarna nam pastoor Picot afscheid van de dames.

Sluiten