Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging hij petite mère begroeten en bood haar den arm om met haar te gaan wandelen. Als Jeanne niet was uitgegaan, ondersteunde zij de barones aan den anderen kant en het drietal wandelde langzaam de lange laan op en neer, telkens weer. Hij sprak weinig met het jonge meisje, maar zijn fiuweelen oogen ontmoetten herhaaldelijk Jeanne's agaatblauwe kijkers.

Dikwijls ook gingen zij beiden met den baron naar Yport.

Op zekeren avond wandelden zij langs het strand, toen vader Lastique hen aanhield en zonder zijn pijpje uit den mond te nemen, zei de man: — Met dit windje zou meneer de baron mooi eens tot Etretat kunnen gaan, dnt zou een pleizierig tochtje geven."

Jeanne vouwde de handen: „O, papa, wilt u dat?"

De baron keerde zich naar de. Lamare:

— Wat dunkt u, vicomte, wij zouden daarginds kunnen gaan dejeuneeren."

En men sprak af, den volgenden dag het tochtje te ondernemen.

Jeanne was reeds vroeg bij de hand. Zij wachtte op haar vader, die niet zoo vlug was in het aankleeden en samen wandelden zij naar de plaats van samenkomst, waar de vicomte en père Lastique reeds aanwezig waren.

Twee matrozen hielpen bij het van wal gaan. De mannen zetten hun schouders tegen het bootje en duwden uit alle macht. Het lichte vaartuigje werd even later door de golfjes opgenomen en het gezelschap, dat op de kleine banken was gaan zitten, begon den tocht.

Een lichte bries rimpelde de oppervlakte van het water. Het zeil werd geheschen, het bolde een weinig en het scheepje gleed in zachte deining over de golven.

Aan den horizon vloeide de lucht ineen met den Oceaan. Rechts stak een hooge, donkere rots op uit zee en een zware schaduw legerde zich aan haar voet. Op den achtergrond stonden bruine zeilen als scherpe silhouetten tegen den klaren hemel.

Sluiten