Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Plotseling ont lekte men de groote pieren van Etretat, die als twee lange beenen in zee staken, terwijl een krijtwitte, puntige rots verderop zichtbaar was.

Men ging aan wal en terwijl de baron, die het eerst uit de boot was gesprongen, het vaartuigje vastlegde, tilde de vicomte Jeanne in zijn armen om te voorkomen, dat zij bij 't aan land gaan nat zou worden, en toen zij te zamen zachtjes voortliepen langs het strand, hoorden zij, hoe vader Lastique tot den. baron zei:

— Ik zou zeggen, dat dat een verbazend knap paartje is." In een kleine herberg, dicht bij het strand, werd een

heerlijken lunch gebruikt. De zee met haar overweldigende schoonheid had hen allen stil gemaakt, maar de maaltijd maakte hen vroolijk en spraakzaam, als kinderen, die vacantie hebben.

Om de eenvoudigste dingen werd uitbundig gelachen.

Vader Lastique stopte, toen hij aan tafel ging, zijn pijpje, dat nog brandde, zorgvuldig in zijn wollen muts en men lachte.

Een vlieg, die op zijn roode neus afkwam, ging telkens weer opnieuw op dat lichaamsdeel zitten, en toen hij het lastige insect tot in het oneindige met een klap had weggejaagd, terwijl het hem geen enkelen keer gelukte, het beestje te raken, ging het op een tullen gordijn zitten, dat reeds de sporen droeg van ontelbare harer zusters. Daar zat zij te loeren op den grooten neus van den zeeman, want onmiddellijk hervatte ze haar pogingen om er een plaatsje op te veroveren.

Bij eiken nieuwen aanval van de vlieg weerklonk het vroolijke lachen van het gezelschap en toen de oude man, wien het gekriebel begon te vervelen, bromde:

— Wat een kleine schooier 1" lachten Jeanne en de vicomte tranen, zij stikten bijna en moesten op hun servet bijten om het niet uit te gillen.

Nadat een kopje koffie was gedronken, stelde Jeanne een wandeling voor. De vicomte stond op, maar de baron wilde

Sluiten