Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich liever wat in 't zonnetje koesteren en sprak:

— Gaat maar, -kinderen, ge vindt mij over een uurtje hier terug."

Zij wandelden langs de kleine huizen van het dorpje, kwamen voorbij een kasteel, dat eigenlijk meer op een boerderij geleek en hadden nu een lange, smalle vallei bereikt.

De zachte beweging der boot had hen vermoeid gemaakt, omdat ze voor hen zoo ongewoon was; door de zilte zeelucht waren ze hongerig geworden; daarna had de vroolijke lunch hen min of meer bedwelmd en het uitbundige lachen had zijn uitwerking op de zenuwen niet gemist. Zij waren nu allebei door het dolle heen en zouden wel tot in het oneindige door willen loopen.

Jeanne voelde een eigenaardige gewaarwording in haar hoofd, die ze niet kon verklaren. De koesterende zonnestralen verwarmden hen en aan weerszijden van den weg hingen rijpe vruchten aan de takken van boomen en struiken. De sprinkhanen sjirpten en hun scherp geluid weerklonk over de korenvelden, door de roggearen en de riethalmen langs de slooten.

Geen ander geluid verstoorde de stilte en de hemel was stralend blauw met dien geelachtigen weerschijn, die doet denken aan metaal, dat te dicht bij het heete vuur is geweest.

Het tweetal begaf zich naar een klein boschje, dat zij rechts ontdekten. Het werd in tweeën gescheiden door een smalle laan, omzoomd door hooge boomen, wier kruinen geen zonnestraaltje doorlieten. Er hing een vochtige koelte, die hen even deed huiveren. Geen gras bedekte den bodem, maar zacht, fluweelachtig mos.

— Laat ons hier even gaan zitten," stelde Jeanne voor. Op eenige schreden afstands van hen stonden een paar

oude boomen, die dood waren, en door de opening, die daardoor in het looverdak was ontstaan, viel een bundel zonnestralen neer, die de aarde verwarmde. Hier groeiden gras en kruiden, hier bloeiden teere witte en rose bloempjes, slingerplanten en vingerhoedskruid. Vlinders, bijen en onze-

Sluiten