Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wier rechterhand de priester had plaats genomen. De baron zat tusschen den maire en diens vrouw, een bejaard paar menschen, die het druk hadden met naar alle kanten glimlachend te groeten. De vrouw had een smal gezichtje, dat eigenaardig werd omlijst door de groote, Normandische muts. Zij at met kleine, vlugge hapjes en maakte den indruk, alsof ze haar bord met haar neus leegpikte.

Jeanne, die naast den vicomte zat, zwom in zaligheid. Zij zag niets en wist niet, wat er om haar heen gebeurde; zij zweeg en het duizelde haar van zooveel geluk . . .

Toen zij het eindelijk waagde, hem te vragen: „Hoe is uw voornaam?" antwoordde hij op héél zachten, héél innigen toon :

— Julien. Wist je dat niet?" Maar zij antwoordde niet en dacht:

— Wat zal ik dien naam dikwijls herhalen: Julien . . ." Toen het maal geëindigd was, bleven de boeren en matrozen

alleen aan de lange tafel onder de appelboomen. De barones ging haar gewone wandelingetje maken aan den arm van dén baron en vergezeld door den priester.

Jeanne en Julien begaven zich naar het kleine dorpsplantsoen en in een der smalle laantjes bleef hij plotseling staan, greep haar beide handen en vroeg:

'i— Wil je mijn vrouw worden?"

Weer boog zij het hoofd en toen hij fluisterde:

— Antwoord mij, ik bid het je!" hief zij den blik der heldere blauwe oogen langzaam op.

En in dien blik las bij haar antwoord.

IV.

Eenige dagen later verscheen de baron reeds vroeg in den morgen in de slaapkamer zijner dochter. Hij ging op het voeteneinde van haar bed zitten, en zei:

Sluiten