Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aicn ie scnamen over aien wereiascnen, veel te jeugdigen naam en toen men zag dat zij niet trouwde, dat zij ongetwijfeld nooit zou trouwen, had men dien naam omgedoopt in dien van Lison. Sinds de geboorte van Jeanne was zij „tante Lison" geworden, een nederige bloedverwante, keurig netjes, akelig verlegen, zelfs tegenover haar zuster en zwager, die toch van haar hielden, met een teeder liefhebbend hart en aangeboren goedigheid.

Somtijds, als de barones vertelde van haar jeugd, zei ze, als om het tijdstip juister aan te duiden: „Dat was in den tijd van Lises dwaasheid."

Meer werd er niet over gesproken en die „dwaasheid" bleef in een geheimzinnigen sluier gehuld.

Op een avond was Lise, die toen twintig jaar oud was, in het water gesprongen, zonder dat iemand wist waarom. Geen enkel feit in haar leven, niets in haar doen of laten had deze daad gewettigd.

Halfdood was zij gered en baa* ouders, die verontwaardigd de armen ten hemel hieven inplaats van de oorzaak dezer wanhoopsdaad na te speuren, waren voortaan gaan spreken over „Lises dwaasheid," zooals ze spraken over het ongeluk van hun paard Coco, dat zijn been had gebroken en dat men toen had moeten afmaken.

Sinds dien tijd was Lise, die toen al heel gauw „Lison" heette, beschouwd als zwakzinnig. Het gevoel van medelijden en minachting, dat haar bloedverwanten voor haar hadden opgevat, maakte zich weldra ook meester van haar verdere omgeving. Zelfs de kleine Jeanne, met haar kinderlijk instinct, bemoeide zich bijna niet met haar, kwam haar nooit een kusje brengen, ging nooit tantes kamer binnen. Alleen de goedige Rosalie, die de kamer verzorgde, scheen te weten in welk gedeelte van het huis ze zich bevond.

Als tante Lison de eetzaal binnenkwam, ging de kleine Jeanne uit gewoonte even naar haar toe om haar een handje te geven. Voila tout.

Als een der huisgenooten haar wilde spreken, werd een

Sluiten