Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het jonge paar wandelde nog steeds met langzame schreden door de paden langs het groote gazon. Zij hielden elkaar bij de hand en spraken niet. Beiden schenen onder den indruk te zijn van den heerlijken zomernacht.

Plotseling ontdekte Jeanne de donkere silhouet voor het geopende venster.

i— Julien," zei ze, „tante Lison kijkt naar ons."

Hij antwoordde niet en zachtkens bleven zij doorwandelen tot aan den rand van het donkere boschje en weer terug. -Het gras was nat van den dauw en Jeanne rilde even.

— Laat ons nu naar binnen gaan," stelde ze voor. En zij keerden in huis terug.

Toen zij den salon binnentraden zat tante Lison weer in den grooten stoel, bezig met haar breiwerk. Zij hield het hoofd diep over haar pennen gebogen en de magere vingers beefden, alsof ze vermoeid waren.

Jeanne ging naar haar toe.

— Tante, 't is nu tijd om naar bed te gaan."

De vrouw sloeg de oogen op, die rood waren, alsof zij tranen hadden gestort. Noch het meisje, noch de vicomte merkten het, maar Juliens blik vestigde zich op de vocRige laarsjes van zijn verloofde en met ongerustheid in de stem vroeg hij teeder:

— Zijn die lieve, kleine voetjes niet koud geworden?" Het breiwerk viel op den grond, de kluwen rolde over

den parketvloer en, terwijl zij met een hartstochtelijke beweging de witte handen voor het gelaat sloeg, barstte Lison in krampachtig snikken uit.

Jeanne en Julien keken haar verbaasd aan en, 'terwijl zij naast haar tante neerknielde, vroeg het jonge meisje verschrikt:

— Wat scheelt er aan, zeg het maar, tante Lison." Bevend over al haar leden antwoordde Lise met van

tranen verstikte stem:

■— Het is omdat hij je vroeg .... „zijn ze niet koud. .. die .... die .... lieve kleine voetjes .... tegen mij heeft nooit iemand op dien toon gesproken .... nooit. . . nooit."

Sluiten