Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten zich bukken om verder te kunnen gaan. Jeanne plukte een blad, waarop twee roodbruine Lieveheersbeestjes zaten, die zelfs bij de aanraking van haar hand niet weg vlogen.

En naïf zei ze:

— Kijk, ook een paartje." Julien fluisterde haar in 't oor:

— Nu ben je mijn vrouwtje . . ."

Hij nam haar in zijn armen en kuste haar op het voorhoofd en in den blanken hals, waar de donzige nekhaartjes krulden. Werktuigelijk wendde zij het hoofd af onder de kussen van den jongen man, die haar met zaligheid en angst tegelijkertijd vervulden.

Zij hadden den uitersten rand van het bosch bereikt. Jeanne bleef staan en keek verlegen om zich heen. Wat zouden ze thuis wel denken?

I— Laat ons teruggaan," sprak ze.

Hij nam den arm weg, die nog steeds haar slanke leest omvat hield en gedurende een oogenblik stonden ze zwijgend tegenover elkaar, elkander diép in de oogen kijkende. Het was alsof ze elkaar opnamen met dien blik, alsof ze elkander en zichzelf afvroegen:

— Wat zullen wij voor elkaar zijn? Hoe zal ons gezamenlijke leven worden? Wat zal het ons brengen: vreugde en geluk, of desillusies, dat lange tête a tête, dat „huwelijk" heet?"

En het kwam hen beiden voor, alsof ze^elkaar niet voldoende kenden om die vragen te kunnen beantwoorden.

Plotseling legde Julien zijn handen op de schouders van zijn vrouw en eer ze erop verdacht was, kuste hij haar, zooals nog nooit te voren. Een heete bloedstroom golfde naar haar hoofd en als bezwijmd viel zij. in de armen van haar man.

— Laat ons gaan, toe, ga nu mee," bracht zij met moeite uit. Hij antwoordde niet, maar met vasten greep nam hij haar

handen in de zijne.

Sluiten