Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dik. fluweelig mos bedekte rondom den bodem. Jeanne en Julien gingen op hun knieën liggen om hun dorst te lesschen. En terwijl zij genoot van het koele, verfrisschende water, sloeg hij zijn arm om haar heen en trachtte plagend haar van haar plaatsje te verdringen. Zij verweerde zich lachend en al stoeiend kusten zij elkaar telkens en telkens weer; langs hun gezicht, hun handen en eindelijk zelfs langs hun kleeren droop het ijskoude water. Droppeltjes, die schitterden als diamanten, bleven in hun haren hangen en zonder ophouden weerklonken hun vroolijk lachen en ondeugende kussen door de stilte.

Het duurde lang, eer zij den top van den berg hadden bereikt. Het was avond, toen zij In Evisa aankwamen, waar zij den nacht zouden doorbrengen bij een familielid van hun gids, Paoli Palabretti.

Het was een lange man, die in min of meer gebogen houding liep en het uiterlijk had van een teringlijder. Hij wees hun de „logeerkamer," een somber vertrek met kale, steenen muren, dat echter voor deze streek, waar men geen comfort kende, mooi en gerieflijk genoemd mocht worden. In zijn eigen taaltje, dat een mengelmoes was van Corsicaansch patois, Fransch en Itaüaansch, uitte hij zijn vreugde, monsieur en madame te mogen ontvangen. Maar een heldere stem viel hem in de rede en een klein, aardig vrouwtje met zachtbruin haar, groote zwarte oogen en een zuidelijke gelaatstint, kwam de kamer binnen. Zij had een sierlijk gevormde gestalte en haar witte tanden schitterden als zij lachte. Met een hartelijk: „Bonjour, madame, bonjour, monsieur, ga va bien?" omhelsde ze Jeanne, waarna zij Julien krachtig de hand schudde.

Met een handige beweging borg zij de hoeden en sjawls der reizigers weg. Haar eene arm hield zij in een verband.

— Ga nog een beetje met monsieur en madame wandelen tot het diner," verzocht zij haar man.

Palabretti gehoorzaamde dadelijk en ging tusschen de jonge echtgenooten in, het dorp door. Hij liep en sprak bij-

Sluiten