Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar zij zelf uit een gezin kwam, waar geld altijd bijzaak was geweest. Hoe dikwijls niet had zij petite mère hooren zeggen:

— Het geld is er om weer uitgegeven te worden." Julien daarentegen herhaalde steeds: „Kan je dan nooit afleeren om het geld bij handen vol uit het raam te gooien?" En telkens, als hij een paar sou op 't een of andere weekloon of op een rekening had weten te bepingelen, preekte hij, terwijl hij de geldstukken in zijn zakken liet rinkelen: „Veel kleintjes maken êên groote 1"

Soms verviel Jeanne'in haar oude, kinderlijke droomerijen. Dan legde zij haar werk in den schoot en met gevouwen handen en afwezigen blik doorleefde zij weer een van de romans, zooals zij die als jong meisje had gephantaseerd. Maar dan schrikte ze op door de ruwe stem van Julien, die zijn bevelen gaf aan père Simon; dan nam zij het handwerk weer op en sprak tot zichzelf: — Het is uit, het is voorgoed geëindigd." En een traan viel op haar vingers, die de naald vasthielden.

Ook Rosalie, die altijd vroolijk en opgewekt was geweest, was geheel veranderd. Haar ronde wangen hadden hun frissche kleur verloren en waren mager en bleek geworden. Dikwijls vroeg Jeanne haar: — Ben je ziek, mijn kind?" maar steeds weer klonk het antwoord: — Non, madame." Dan bloosde ze telkens en verliet ijlings de kamer. Zij had haar vluggen, lichten tred verloren en scheen zich soms met moeite voort te sleepen; zij was niet meer ijdel op haar uiterlijk en kocht niets meer van de rondreizende kooplui, die op gezette tijden hun zijden linten, zeep en fleschjes eau de Cologne kwamen aanbieden.

In het groote huis was alles somber en stil geworden en de vroolijke lach van weleer scheen gestorven te zijn.

In het laatst van Januari viel de eerste sneeuw. Dikke wolken kwamen aandrijven uit het Noorden en zachte vlokken daalden neer; ze bedekten de kale takken der boomen en hulden de vlakte in een dik, mollig kleed.

Een leven

6

Sluiten