Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik gooi haar niet de deur uit om die fout en als het moet, zal ik het kind zelf grootbrengen." Julien lachte honend.

— Wij zouden een mooien naam in den omtrek krijgen! Iedereen zou zeggen, dat wij de ondeugd steunen, dat wij het plebs bevoordeelen. Geen fatsoenlijk mensch zou meer een voet over onzen drempel zetten! Waar denk je aan? Je lijkt wel gek!"

Jeanne was kalm gebleven.

— Nooit zal ik Rosalie op straat laten zetten en als jij haar niet in huis wilt houden, zal mijn moeder haar weer terugnemen. In elk geval moeten wij den naam van den vader weten."

Hij draaide haar den rug toe en terwijl hij met een harden slag de deur achter zich dichtwierp, schreeuwde hij:

— Vrouwen zijn allemaal even stom en onhandig!" Dien middag ging Jeanne de jonge moeder opzoeken. Rosalie, die verzorgd werd door vrouw Dentu, lag met

wijd geopende oogen in haar bed, een uitdrukking van wanhoop op het smalle gezichtje. De oude vrouw wiegde met zacht deinende bewegingen het kindje in haar armen.

Toen Rosalie haar meesteres zag binnenkomen, barstte zij in snikken uit, ze verborg haar gezicht in het laken en haar schouders schokten van wanhoop. Jeanne wilde haar een kus geven, maar het meisje verzette zich halsstarrig. Toen sloeg vrouw Dentu zachtjes het laken terug en lijdelijk duldde de zieke nu, dat Jeanne zich over haar heenboog en baar een kus op het voorhoofd drukte. Zachtjes' snikte zij door.

In den haard brandde een pover vuurtje; het was koud in het vertrek en het kindje huilde. Jeanne durfde niet over den kleine te spreken uit angst, de jonge moeder weer zenuwachtig te maken. Zij had Rosalie's hand in de hare genomen en sprak troostend: — Het is niet zoo erg, het is niet zoo erg."

Iets anders kon zij niet uiten.

Sluiten