Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Julien's humeur was Iets beter geworden en vage hoop op een betere toekomst deed het hart van de jonge vrouw herleven. Zij vond haar oude vroolijkheid terug, hoewel zij een lichamelijk lijden gevoelde, waarvan zij de oorzaak niet vermoedde en waarover zij tegen niemand sprak.

Het vroor nog altijd en sinds vijf weken was de hemel kristalhelder, 's Avonds schitterden ontelbare sterren aan het uitspansel en het sneeuwkleed glinsterde, alsof het bezaaid was met kleine diamanten. •

De boerderijen, die eenzaam lagen in de groote tuinen, verborgen achter een rij besneeuwde boomen, schenen te slapen in hun witte nachtgewaad. Mensch en dier bleef binnenshuis en slechts de blauwe rookwolkjes, die opstegen uit den schoorsteen, vertelden, dat daarbinnen levende wezens waren.

Veld en heggen, alles scheen afgestorven, gedood door de strenge koude. Af èn toe hoorde men in de boomen een krakend geluid, alsof de leden van hun lichaam werden afgescheurd. Dan viel een dikke tak neer op de harde sneeuwkorst.

Jeanne wachtte ongeduldig op het aanbreken van de lente, hopende, dat met het zachtere weer ook haar gevoel van ziek zijn zou verdwijnen. Het eten stond haar tegen, de bescheiden porties, die zij met moeite naar binnen werkte, maakten haar onpasselijk en haar zenuwen waren tot het uiterste gespannen.

Dien avond voelde zij zich zieker dan ooit. In de eetzaal, waar op bevel van Julien het vuur slechts even brandde, zat zij te rillen van de kou en heel vroeg zocht zij haar kamer op om te gaan slapen.

Julien liet, bij uitzondering, het vuur in zijn eigen kamer aanleggen. Toen men hem kwam vertellen, dat het lekker brandde, ging hij zijn vrouw een nachtkus brengen om zijn kamer op te zoeken.

Het geheele huis was doordrongen van de buitengewone koude en Jeanne lag te rillen in haar bed. Twee keer stond

Sluiten