Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij op om een houtblok op het haardvuur te gooien en om een paar zware mantels over haar dekens te leggen. Maar niets kon haar verwarmen, haar voeten waren als bevroren en zonder gevoel. Haar tanden klapperden en haar borst was als toegeknepen. Het hart sloeg met zware slagen en scheen af en toe stil te staan en zij snakte naar adem als iemand, die op het punt is te zullen stikken.

Ben ontzettende angst greep haar aan; nog nooit had zij zich zoo eenzaam en verlaten gevoeld en zij dacht: „Nu zal ik sterven ... ik voel het . . ."

Vol ontzetting sprong zij uit haar bed om Rosalie te bellen. Zij wachtte en belde opnieuw, bibberend en doodsbang.

Het dienstmeisje kwam niet. Ongetwijfeld was zij in haar eersten, vasten slaap, die zich niet laat onderbreken en Jeanne snelde zinneloos haar kamer uit, de donkere trap op.

Op bloote voeten ging zij naar boven en voorzichtig voor zich uit tastende, vond zij de deur, die zij openstiet.

— Rosalie 1"

Niemand antwoordde en met de handen voor zich uit om nergens tegen aan te stooten, tastte zij over het bed der dienstbode.

Het was leeg en ijskoud, zóó alsof, niemand het had beslapen.

Verbaasd mompelde zij: „Hoe kan dat? En zij is vroeg naar bed gegaan!"

Weer kwam dat verstikkende gevoel in haar keel, haar hart bonsde, alsof het zou springen en slechts met moeite daalde zij de trap weer af naar beneden, om Julien te gaan wekken.

Haastig opende zij de deur van zijn kamer, in doodsangst, dat zij bewusteloos neer zou vallen en met het namelooze verlangen om hem nog eerst te zien. ~

Bij het schijnsel van het haardvuur zag zij, naast het hoofd van haar man, op het sneeuwwitte kussen, het gelaat van

Kosalie.

Een luide gil weerklonk en deed het tweetal verschrikt

Sluiten