Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Mijnheer, ik kom u rekenschap vragen van uw gedrag tegenover mijn dochter. Gij hebt haar bedrogen met uw dienstbode, dat is meer dan onwaardigi"

Julien speelde den onschuldige, ontkende op hartstochtelijken toon, bezwoer en riep God als getuige aan. Welk bewijs had men? Was Jeanne niet overspannen? Had zij niet in ijlende koortsen gelegen? Was zij niet midden in den nacht weggelooperi door sneeuw en koude in een aanval van waanzin, die zeer zeker een gevolg van haar ziekte was? En in dien abnormalen toestand, toen zij bijna naakt door het huis had geloopen, verklaarde zij, de dienstbode in de armen van haar man te hebben gevonden . . .?

Hij wond zich hoe langer hoe meer op, dreigde met een proces en toonde zich ten diepste beleedigd. En de baron bood verlegen zijn verontschuldiging aan en stak hem op joviale wijze de hand toe, die door Julien werd geweigerd.

Jeanne werd niet boos, toen zij het antwoord van haar man vernam.

— Hij liegt, papa," sprak zij, „maar we zullen hem wel overtuigen."

Gedurende een paar dagen bleef zij rustig en kalm liggen nadenken.

Op den morgen van den derden dag uitte zij den wensch, Rosalie te zien. De baron had geen lust, het meisje boven te laten komen en vertelde, dat zij al vertrokken was. Jeanne gaf echter niet toe.

— Laat men haar dan uit haar huis gaan halen."

Zij was zeer opgewonden, toen de dokter binnenkwam. Men vertelde hem alles, opdat hij op de hoogte van den toestand zou zijn. Jeanne barstte plotseling in tranen uit en opgewonden riep ze:

— Ik wil Rosalie zien, ik wil haar spreken!"

De dokter nam haar hand en sprak op zachten, overredenden toon tot haar:

— Houd u kalm, mevrouw, elke emotie zou noodlottig voor u kunnen zijn, want. . . u zult moeder worden."

Sluiten