Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had op de trap de huilende Rosalie ontmoet. De meid had zeker alles verteld. Nu, hij zou ze wel te woord staan, zijn vrouw en de beide ouwe lui.

Toen hij den geestelijke zag zitten, bleef hij echter op den drempel staan en op kalmen, bijna bedeesden toon vroeg hij:

— Wat is er gebeurd?"

De baron, zooeven nog zoo zelfbewust en verontwaardigd, durfde niets zeggen, uit angst dat zijn schoonzoon hetzelfde antwoord zou geven als zooeven de pastoor had gedaan. Petite mère snikte weer zachtjes, maar Jeanne had zich opgericht en antwoordde:

— Wat er gebeurd is? Wij weten nu alles, wij kennen je onwaardig gedrag, dat al begonnen is . . . toen je . . . toen je voor 't eerst in dit huis bent gekomen. Wij weten, dat het kind van dat meisje . . . jouw kind is . . . net als . . . net als het mijne."

Ze viel weer terug in de kussens en snikte krampachtig. Julien bleef onbeweeglijk staan; blijkbaar was hij verlegen met zijn houding.

Weer trachtte de priester te vergoelijken.

— Kom, kom, mevrouwtje, maak u niet zoo van streek."

Kalmeerend legde hij zijn koele hand op het heete voorhoofd der wanhopige jonge vrouw. De zachte aanraking scheen haar werkelijk te bedaren en de geestelijke hernam:

— Madame, men moet altijd weer vergiffenis schenken. Het is een groot ongeluk, dat u heeft getroffen, maar God heeft het in Zijn alwetendheid noodig geoordeeld voor uw heil en u tegelijkertijd een heel groot geluk beschoren. Want gij zult moeder worden! Dat kind zal u tót troost worden en uit zijn naam smeek ik u, den misstap van monsieur Julien te vergeven. Er zal een nieuwe band tusschen u beiden komen? een waarborg voor zijn toekomstige trouw. Kunt gij vijandig staan tegenover den man, die de vader van uw kind zal zijn?"

Uitgeput bleef Jeanne liggen, zwijgend en bleek. Haar veerkracht scheen gebroken en met starenden blik keek zij voor zich.

Sluiten