Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De pastoor stond op en drukte de hand van petite mère.

„Derangeer u niet, madame la baronne, dérangeer u niet. Ik vind den weg zelf wel."

In de gang ontmoette hij tante Lison, die eens naar dè zieke kwam kijken. Zij merkte niets bijzonders, men vertelde haar niets en zij wist nergens van, zooals men dat van haar gewend was.

VIII.

Ongemerkt was de lente gekomen. De boomen waren nog kaal en zuchtten bij het koele voorjaarswindje, maar in het gras langs de sloten, waar de bruine herfstbladen lagen te rotten, vertoonden zich reeds de eerste gele boterbloempjes. Weiden en akkers ademden een vochtigen geur uit en kleine, teergroene plantjes sproten uit de donkere aarde om zich te koesteren in de warme zonnestralen.

Een dikke vrouw van middelbaren leeftijd had de plaats van Rosalie ingenomen en ondersteunde de barones op haar wandelingetjes in het. laantje, waar haar zware voetstappen een vochtig spoor achterlieten.

Jeanne leunde op papa, want haar gezondheid liet veel te wenschen over en tante Lison, heelemaal in de war over de groote gebeurtenis, die op komst was, hield voorzichtig de andere hand van de jonge vrouw vast.

Zoo wandelden zij zonder veel te spreken soms uren lang, terwijl Julien te paard uitreed. Deze nieuwe liefhebberij scheen herrf buitengewoon goed te bevallen.

Niets bracht verandering in hun eentonig leven.

De baron, zijn vrouw en Julien maakten een visite bij de familie Toürville, die Julien al heel goed scheen te kennen, zonder dat men wist vanwaar die kennismaking dateerde.

Sluiten