Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In zijn gesprek was hij charmant als vroeger. Zijn groote oogen hadden weer hun beminnelijke uitdrukking gekregen en zijn haar, zooeven nog onverzorgd en stug, was door borstelen en met geparfumeerde olie weer glanzend gemaakt.

Bij het heengaan vroeg de gravin:

— Vicomte, wilt u Donderdag een ritje te paard met mij maken?"

En terwijl hij buigend antwoordde: „Heel graag, mevrouw," drukte zij de hand van Jeanne en sprak met zachte stem en lief glimlachend:

— Als u beter bent, gaan wij met ons drieën rijtoertjes maken, nietwaar? Dat zal gezellig zijn. Wilt u?"

Met een bevallige beweging nam zij den sleep van haar amazonekleed op en licht als een veertje sprong zij in het zadel, terwijl haar man zich met zware, logge bewegingen op zijn Normandisch paard werkte.

Toen de breede hekken achter hen gesloten waren, riep Julien verrukt uit:

■— Wat allerliefste menschen zijn datl Dat zijn kennissen waar wij prettige uren mee zullen doorbrengen?"

En Jeanne, die zich ook tevreden gevoelde, zonder te weten waarom, antwoordde:

„Die kleine gravin is allercharmantst, maar de man ziet er uit als een lomperd. Waar heb je hen leeren kennen?"

Vergenoegd wreef Julien zijn handen,

— Ik heb ze toevallig bij de Brisevilles ontmoet. Hij lijkt een beetje ruw. Hij is een hartstochtelijk jager en een volbloed edelman, dat verzeker ik je."

De stemming aan het diner was bijna vroolijk, alsof een nieuw geluk zijn intrede in huis had gedaan.

Op een van de laatste dagen in Juli'werd een zoon geboren en sinds het oogenblik, dat Jeanne den eersten levenskreet opving van het kleine, hulpelooze wezentje, leefde nog slechts één gedachte in haar: het kind! Het wiegje van den kleine stond vlak naast haar bed en later, toen zij hersteld was, zat zij den geheelen dag in zijn onmiddellijke nabijheid.

Sluiten