Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gulle lach van het drietal door den salon.

Toen zij een beetje tot bedaren waren gekomen, sprak Jeanne:

— Het is vreemd, dat die heele geschiedenis mij niets meer doet. Ik beschouw Julien als een vreemde, waarvan ik de vrouw niet meer ben. U ziet, hoe ik mij amuseer over zijn . . . zijn . . . onkieschheid."

En zij kusten elkaar glimlachend en teeder.

Een paar dagen later, even nadat Julien te paard was uitgereden, kwam een lange jonge man van twee a drieentwintig jaar het hek binnenstappen. Hij droeg een splinternieuwe blauwlinnen blouse met wijde mouwen. Schoorvoetend naderde hij den baron, de barones en Jeanne, die onder den plataan zaten. Verlegen draaide hij zijn pet in zijn groote handen rond en toen hij dicht genoeg bij was gekomen, om verstaan te worden, stotterde hij:

— Uw dienaar, monsieur le baron en dames! Mijn naam is Désiré Lecoq."

Geen van het drietal kende dien naam en de baron vroeg: ■— Wat wenscht gij ?"

De jonge man werd nog meer verlegen. Met aandacht bestudeerde hij zijn pet, die hij nog steeds tusschen zijn vingers ronddraaide.

— Mijnheer pastoor heeft mij met een paar woorden over . . . over die geschiedenis gesproken ..."

Hij zweeg, angstig, dat hij door te veel woorden zijn belangen zou schaden.

Zonder hem te begrijpen, vroeg de baron:

— Over welke geschiedenis ? Ik weet niet wat u bedoelt." En fluisterend klonk het:

— Over die geschiedenis met Rosalie, uw dienstmeisje..." Jeanne stond op en verwijderde zich met haar kind op

den arm.

:— Ga zitten," sprak de baron en hij wees op den stoel, dien zijn dochter zooeven had verlaten.

De jonge boer nam plaats. Hij bleef zwijgen, alsof hij nu

Sluiten