Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stapvoets kwam Julien naderbij en bijna onverstaanbaar mompelde hij:

— Ik geloof, dat ze gek geworden is vandaag."

Zij reden samen verder, hun vrienden achterna, die als schimmen aan den horizont verdwenen waren.

Een kwartier later kwam het tweetal aanrijden : de graaf was donkerrood en terwijl het zweet langs zijn hoofd gutste, hield hij met een lachje van voldoening het paard van zijn vrouw bij den teugel.

Haar gelaat had een doodsbleeke kleur en alsof zij op het punt stond, in zwijm te vallen, leunde zij met haar hand op den schouder van haar man.

In dat oogenblik begreep Jeanne, dat de graaf zijn vrouw hartstochtelijk liefhad.

Gedurende de weken, die nu volgden, was de gravin op^ gewekter dan ooit. Zij kwam nog vaker op „les .Peuples", lachte onophoudelijk en kuste Jeanne met groote innigheid. Het was, of een nieuw geluk in haar leven was gekomen. Haar man, die even gelukkig scheen als zij, volgde haar steeds met zijn oogen en trachtte zoo dikwijls hij kon, naar hand liefdevol te drukken. En op een avond vertelde hij Jeanne:

— Wij zijn gelukkiger dan ooit, mijn vrouwtje en ik. Gilberte is den laatsten tijd zoo allerliefst; geen slecht humeur meer, geen driftbuien. Ik voel dat zij mij lief heeft. Tot nogtoe was ik daar nooit heelemaal zeker van."

Ook Julien was veranderd. Hij was vroolijk en opgewekt en het was alsof de vriendschap der beide families den vrede en het geluk in twee gezinnen had verzekerd.

Het waren warme, bijna zomersche lentedagen. De heerlijke voorjaarszon deed de knoppen zwellen en overal be¬

speurde men het ontwakende leven, ue natuur scneen nerboren en het was alsof de heele wereld een verjongingskuur onderging.

In Jeanne kwam de herinnering op aan de dagen van haar jonge liefde; wel was het geen teederheid, die zij in

Sluiten