Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar hart voelde, als zij aan julien oacnt, aar gevuei w<a voorgoed In haar gestorven, maar de zachte lentelucht had ook invloed op haar gemoedsstemming. Weer zag zij in haar gedachten het kleine boschje van Etretat, waar de jonge man, die haar toen lief had, haar voor het eerst had gekust, waar zij samen van een heerlijke toekomst hadden gedroomd....

En zij wilde het nog eens terugzien, dat boschje. zij wilde een soort bedevaart doen naar de plek, waar zij zoo gelukkig was geweest.

Julien was al vroeg uitgegaan, zij wist niet waarheen. Zij liet den kleinen schimmel van Martin zadelen, die haar af en toe tot rijpaard diende.

Het was bladstil; geen grassprietje bewoog; het was alsof zelfs de insecten sliepen. Gouden zonnestralen verwarmden de aarde en het ontluikende groen. De hit liep stapvoets en Jeanne voelde zich gelukkig op haar eenzamen tocht.

Zij daalde af in de vallei, die tot aan zee doorloopt tusschen de hooge rotsen, die men de poorten van Etretat noemt. In het boschje viel het zonlicht door het jonge loover der oude boomen en Jeanne dwaalde door de laantjes zonder het plekje, dat zij zocht, terug te kunnen vinden.

Bij het kruispunt van een paar lanen zag zij twee paarden staan, die aan een dikken boomstam waren vastgebonden. Zij herkende ze dadelijk: het waren de rijpaarden van Gilberte en Julien. De eenzaamheid begon haar te vervelen en, verheugd over de onverwachte ontmoeting, bond zij haar paard vast naast de beide andere. De geduldige beesten schenen het lange wachten gewend te zijn.

Zij riep de namen van haar man en haar vriendin, maar niemand antwoordde. Op het gras lagen naast een paar dameshandschoenen de beide rijzwepen.

Zij wachtte meer dan een half uur, maar niemand verscheen. Een paar vogeltjes zaten op een takje te trekkebekken en met een weemoedigen glimlach dacht Jeanne: — Dat doet de lente 1"

Sluiten