Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schijnen. Dat was dus over veertien dagen 1 Dan zou zij weer in het gezelschap zijn van een paar eerlijke menschen, wier levenswandel goed en rechtschapen was geweest.

Toen op den aangekondigden dag het lachende gezicht van den baron uit het raampje van den postwagen keek, voelde de jonge vrouw een blijde ontroering, een bijna ongekend gevoel van teederheid in zich opkomen. Maar ontsteld keek zij naar het veranderde uiterlijk van petite mère, die in deze weinige wintermaanden minstens tien jaar ouder scheen te zijn geworden. De dikke wangen der oude dame hingen slap en hadden een blauwroode kleur; in haar oogen lag een wezenlooze uitdrukking en zij moest onder beide armen gesteund worden om zich te kunnen bewegen. Zij haalde zoo moeilijk adem dat het pijnlijk was, ernaar te luisteren.

De baron had in zijn dagelijkschen omgang met petite mère niets van die geleidelijke verandering bespeurd en als zij zich beklaagde over de telkens terugkeerende benauwdheden, antwoordde hij zonder zich ongerust te maken: •— Daar heb je altijd last van gehad, ouwetje."

's Avonds zei Julien tot zijn vrouw:

— Je moeder steekt in geen goed vel. Ik geloof niet, dat het goed met haar afloopt."

Jeanne barstte in snikken Uit.

— Kom, ik zeg immers niet, dat zij vandaag of morgen al zal sterven," sprak hij ongeduldig. „Jij bent altijd zoo overdreven teergevoelig. Dat zij veranderd is, zie je zelf toch ook wel, nietwaar?"

Eer er acht dagen verstreken waren, tobde Jeanne er niet meer over, zij was nu gewend geraakt aan het vervallen uiterlijk der oude dame en, zooals dat gewoonlijk gaat, wierp zij uit een soort egoïsme haar sombere gedachten- ver van zich.

De barones ging niet langer dan een half uurtje per dag naar buiten. Als zij één keertje „haar" laantje was doorgesukkeld, was zij uitgeput van vermoeidheid; dan kon zij zich niet meer bewegen en moest op „haar" bank gaan uitrusten.

Sluiten