Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de levensgeesten op te wekken . . . alles . . ."

Zij zweeg, want zij had gezien, dat viouw Dentu den dokter door gebaren te kennen gaf, dat het was afgeloopen. Maar zij wilde het niet gelooven en vioeg angstig:

■— Is het erg? Denkt u, dat het ernstig is?"

En hij antwoordde:

— Ik denk het wel ... ik ben bang, dat de dood reeds is ingetreden. Maar u moet flink zijn, mevrouw."

Snikkend viel Jeanne weer op de knieën.

Julien kwam binnen en dadelijk begreep hij wat er was gebeurd.

— Ik was erop voorbereid," mompelde bij, „ik begreep, dat het zoo moest eindigen."

Met zijn zakdoek veegde hij langs zijn oogen, knielde neer, sloeg een kruis en mompelde iéts dat op een gebed moest gelijken. Toen stond hij op en wilde ook zijn vrouw optillen, maar Jeanne sloeg haar beide armen om het levenlooze lichaam van petite mère en snikte alsof zij krankzinnig moest worden.

Met zachten drang werd zij de kamer uitgebracht en toen zij een uur later terugkwam, was de kamer veranderd in een rouwvertrek. Julien en de priester stonden bij het raam zacht met elkaar te praten en vrouw Dentu, die in gemakkelijke houding in een fauteuil was gaan zitten, vervulde haar plicht als waakster. Zij voelde zich volkomen thuis in de omgeving van den dood. Het was immers haar baantje, de noodige zorg te besteden aan de jonggeborenen zoowel als aan hen, die zoo juist den eeuwigen slaap waren ingegaan.

Toen het donker begon te worden, nam de geestelijke Jeanne's ijskoude handen in de zijne. Hij sprak haar moed in en stortte woorden van troost uit in het bedroefde hart der jonge vrouw. Hij sprak met haar over de doode, prees haar in vrome bewoordingen en bood aan om den nacht biddende bij de overledene door te brengen.

Maar Jeanne wilde liever alleen blijven om afscheid te nemen van haar moeder. Toen Julien haar gezelschap wilde houden, schudde zij het hoofd.

Sluiten