Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij krankzinnig zou worden, krankzinnig als in dien nacht van haar vlucht. En zij ging naar het open venster terug om de nachtlucht in te ademen.

Het grasveld, de boomen en struiken schenen in stille bekoring te slapen. Een gevoel van rust kwam in Jaenne's hart, en weer ging ze bij het bed zitten.

De klok wees nauwelijks tien uur aan. Ze had dus nog een langen nacht voor zich.

Peinzend keek zij naar den onzekeren lichtschijn, dien de kaarsen in het rond verspreidden. En zij dacht na óver haar eigen leven — Rosalie, Gilberte — de bittere desillusies, die het haar had gebracht. Was er dan niets dan ellende, verdriet, ziekte en dood? Was alles leugen en bedrog? Waar zou zij rust en een beetje vreugde kunnen vinden? Zeker eerst in een andere wereld, als haar ziel het aardsch omhulsel zou hebben verlaten. De ziel, dat ondoorgrondelijk mysterie . . . Waar was nu de ziel van haar moeder, de ziel, die dit doode, verstijfde lichaam ontvloden was? Ver weg misschien, ergens in de oneindige ruimte. Maar waar? Was ze weggevlogen als een onzichtbare vogel, die zijn kooi is ontsnapt ?

Of had God haar teruggeroepen om haar naar willekeur te verdeelen over andere, nieuwe wezens, die de aarde zouden bevolken ? *

Of was ze misschien dichtbij gebleven, hier in de kamer, in de onmiddellijke omgeving van de afgestorvene?

Jeanne werd angstig; zij durfde niet ademhalen, zich niet bewegen. Haar hart klopte hoorbaar. Zij beefde en op haar voorhoofd parelden kleine zweetdroppels.

Plotseling viel haar blik op de oude secretaire, met de sphinxen: de bewaarplaats der „reliquieën," en een onverklaarbare lust kwam in haar op om de oude brieven van haar moeder te lezen. Zij zou daarmee een heilige plicht vervullen, waarmee zij petite mère een genoegen deed, meende zij.

Zij wist, dat het de oude correspondentie was tusschen

Een Leven

9

Sluiten