Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar grootvader en grootmoeder.

De brieven zouden in dezen plechtigen nacht een band leggen tusschen hen, die allang tot hun vaderen waren vergaard, de vrouw, die pas was heengegaan en haarzelf, die nog op aarde vertoefde.

Zij stond op, opende de secretaire en nam uit de lade een tiental pakjes, vergeelde brieven, die alle keurig en ordelijk 'gerangschikt waren. Zij legde alles op het bed en begon te lezen.

Het waren oude epistels zooals men die vindt in antieke kasten, herinneringen aan een vorige eeuw.

De eerste brief begon: „Ma chérie," een andere: „Mijn mooi lief meisje." Dan weer; „Kleine schat," „Mijn lieveling," „Lieve Adelaïde," of wel „Mijn lieve dochter." Sommige waren gericht aan het meisje, andere aan de jonge vrouw. En alle ademden teederheid en hartelijke liefde, ze vertelden duizend kleinigheden, die van het grootste gewicht waren voor de betrokken personen, maar van geen beteekenis voor vreemden. „Papa is erg verkouden, de goede Hortense heeft haar hand verbrand, poes Croquerat is dood. De deur rechts van het hek is omgehakt. Mama heeft bij het uitgaan der kerk haar gezangboek verloren, zij denkt dat het gestolen is . . ."

Er werd gesproken over personen, waarvan Jeanne zich nog vaag den naam herinnerde, dien zij in haar kinderjaren weieens had hooren noemen.

In al die mededeelingen verdiepte zij zich, alsof zij zeer belangrijk waren: zij betroffen immers alle het intieme leven van petite mère. Een voor een legde zij de brieven op het voeteneinde van het bed en zij vond, dat die bij de doode in de kist neergelegd moesten worden evengoed als bloemen.

Nu nam zij een ander pakje op en maakte voorzichtig het bandje los, dat om de „Souvenirs" was geknoopt.

Dit was een ander handschrift en de eerste brief begon:

— Ik kan niet zonder je lief koozingen. Ik - houd immers zoo krankzinnig veel van je."

Sluiten