Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X.

Het waren sombere dagen die nu kwamen, overal in huis miste men de doode; de kamers schenen leeg zonder haar en elk voorwerp was als een herinnering aan petite mère. Daar stond haar fauteuil, in de vestibule was haar parasol in een vergeten hoekje blijven staan. Het glas, waaruit zij 't laatst had gedronken, was door de meid eerbiedig op het buffet neergezet. In elke kamer vond men iets van haar: hier was het haar handschoen, daar haar bril. Op een hoektafeltje lag het boek, dat zij graag las en welks bladen versleten waren door de herhaalde aanraking der stijve vingers.

Het was, alsof haar stem nog klonk in den salon alsof haar lief, oud gezicht elk oogenblik naar binnen zou komen kijken.

Jeanne leed dubbel. De ontdekking, die zij had gedaan, woog haar als lood op het hart en met haar geheim voelde zij zich nog eenzamer dan vroeger. Het restje vertrouwen, dat zij nog in de menschen had behouden, was nu ook geschokt.

Eenigen tijd na de begrafenis vertrok haar vader; hij bad behoefte aan afleiding; wilde de droevige omgeving verlaten, wilde andere menschen zien, andere stemmen hooren. En in het groote huis keerden rust en kalmte terug.

Paul werd ziek en Jeanne, die half krankzinnig was van angst, sliep in geen twaalf dagen, at bijna niets en bleef, ook toen het kind volkomen hersteld was, vreezen, dat hij jong zou sterven. Wat zou zij moeten beginnen als dat gebeurde? Wat zou er dan van haar zelf terechtkomen?

Jeanne moest voor den tweeden keer moeder worden en, wat zij tot de onmogelijkheden had gerekend, zij geloofde

Sluiten