Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vrouwen gedragen zich eigenaardig. De meisjes komen eerst in de kerk om zich te laten trouwen als het niet anders meer kan, maar, hoe zondig de geest ook is, die hier heerscht, toch houd ik van ze en het kost me heel veel moeite, afscheid van hen te nemen."

De nieuwe geestelijke maakte een beweging van ongeduld en werd rood. Op harden toon sprak hij:

— Ik zal zorgen, dat al die toestanden veranderen." Mager en tenger als hij was, zag hij er bij deze woorden

uit als een woedend kind.

Pastoor Picot keek eens naar zijn opvolger met een spottend lachje en antwoordde:

— Dan moogt ge de parochianen wel in kooitjes opsluiten."

En de ander bromde:

— Wij zullen zien."

De oude pastoor nam een snuifje en terwijl hij den prikkelenden geur der tabak met welbehagen opsnoof, vervolgde hij:

— De jaren zullen u wel inschikkelijk en kalm maken. Denk erom, dat gij met hardheid de laatste getrouwen van de kerk verwijdert; dat is alles, wat ge zult bereiken. In dit land is men geloovig, maar koppig! U zult hen niet kunnen beletten, hun eigen weg te gaan en het eenige wat gij kunt doen is, te zorgen, dat de meisjes niet door hun vrijers in den steek worden gelaten Zorg ervoor, dat ze met elkaar trouwen, pastoor, en bemoei u verder met niets."

— Onze opvattingen zijn niet dezelfde en het is dus overbodig er verder over te discussieren," vond pastoor Tolbiac. En de goedige dikzak ging door met zijn spijt te betuigen over het afscheid van zijn dorp en van de zee, die hij kon zien vanuit de ramen der pastorie. Het vervulde hem met weemoed, dat hij voortaan zijn brevier niet meer zon kunnen lezen onder het drentelen in de lommerrijke laantjes, waar hij de zeilen der schepen in de verte kon zien, het ruischen der golven kon hooren.

Sluiten