Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen de geestelijken heengingen, kuste de oude man Jeanne op beide wangen,

Acht dagen later kwam pastoor Tolbiac alleen terug, en hij sprak over de hervormingen, die hij zou invoeren, als een vorst, die pas bezitting heeft genomen van een koninkrijk. Hij verzocht de vicomtesse niet op den Zondagsdienst te mankeeren en eveneens op alle feestdagen trouw te verschijnen. „U en ik", zei hij, „wij staan aan den spits, wij moeten het land regeeren en altijd zorgen, dat wij het goede voorbeeld geven. Om machtig en voornaam te worden, moeten wij sterk zijn, ons aaneensluiten. De kerk en de adel moeten elkaar de hand reiken, dan zullen de boeren ons vreezen en gehoorzamen."

Jeanne's godsdienst was er eene van liefde en verdraagzaamheid, haar natuur was zacht en droomerig en dat zij haar kerkelijke plichten vervulde, was voornamelijk het gevolg van den ouden sleur, waaraan zij in het klooster was gewend geraakt. De liberale opvattingen van den baron hadden hem reeds sinds onheuglijken tijd doen breken met alle kerkelijke gebruiken.

Pastoor Picot had zich- altijd tevreden gesteld met het weinige, dat Jeanne van haar persoonlijkheid had opgeofferd; hij had het haar nooit lastig gemaakt. Maar zijn opvolger was dadelijk ongerust geworden en naar haar toe gekomen, toen hij haar dien eersten Zondag in de kerk had gemist.

Zij wilde den pastoor geen onaangenaam antwoord geven en beloofde hem, zooveel mogelijk te zullen komen. Op hetzelfde oogenblik echter nam zij zich voor, alleen de eerste weken trouw naar de kerk te gaan.

Maar onwillekeurig werd die kerkgang een gewoonte voor haar en zonder dat zij het wilde, kwam zij geheel en al onder den invloed van den fanatieken heerschzuchtigen priester.- Zijn geestdrift sleepte haar mee; hij wist in haar gemoed de juiste snaar te doen trillen. Zijn onbuigzame strengheid, zijn minachting voor de wereld en baar zinnelijk

Sluiten