Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het gevolg was, dat geen enkele jonge man meer de kerk bezocht.

Eiken Donderdag dineerde de pastoor op het kasteel en bovendien kwam hij eenige keeren per week een praatje houden met zijn biechtelinge. Dan wond Jeanne zich, evenals hij. op over allerlei denkbeeldige kwesties, dan bespraken zij urenlang alle mogelijke ouderwetsche en ingewikkelde godsdienstige strijdvragen. Samen wandelden zij op en neer door de groote laan van petite mère, fllosofeerende over Christus en de Apostelen, redeneerende over de Heilige Maagd alsof zij haar persoonlijk hadden gekend.

Julien behandelde den nieuwen pastoor met onderscheiding. Voortdurend verzekerde hij:

— Die kerel bevalt me, want hij laat zich geen knollen voor citroenen verkoopen." En door trouw in de kerk te komen en te biechten gaf hij het goede voorbeeld.

Er ging bijna geen dag meer voorbij dat hij niet een bezoek bracht bij de Tourvilles; dan ging hij jagen met den graaf, die niet meer zonder hem kon en maakte uitstapjes 'te paard met de gravin, al regende het ook dat het goot. Met een goedigen glimlach zei de graaf: — Die twee zijn gek met hun paarden, maar het doet mijn vrouw goed."

Tegen half November kwam de baron terug. Hij was opvallend verouderd en een waas van droefheid scheen hem te omgeven. De liefde, die hij voor zijn dochter voelde, scheen nog te zijn toegenomen, hij had meer dan ooit behoefte aan vertrouwelijkheid, maar Jeanne sprak niet tegen hem over haar nieuwe opvattingen, over haar vriendschap voor pastoor Tolbiac en haar vromen ijver. Den eersten keer, dat de baron den priester ontmoette, voelde hij een hevige vijandschap in zich opkomen tegen den kleinen mageren man.

Toen de jonge vrouw hem des avonds vroeg: — Hoe vindt u hem?" antwoordde de baron: — Die man is een inquisiteur 1 Die moet heel gevaarlijk zijn!"

Toen hij later van de boeren, wier vriend hij was, hoorde vertellen over het wreede karakter en het heftige optreden

Sluiten