Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den jongen priester, veranderde het gevoel van vijandschap in haat.

Hijzelf behoorde nog tot de ouderwetsche bewonderaars der natuur; hij knielde neer voor een Godheid, die hij zich dacht als vergevensgezind en • goedertieren en kwam in opstand tegen het idee van een God, die slechts toorn en wraak kent, die straft met eeuwige verdoemenis en hellevuur. Voor hem waren liefde en voortplanting heilige natuurwetten, volmaakt in overeenstemming met den wil van het Opperwezen. En hij zette een felle campagne op touw tegen den onverdraagzamen priester, den kwelgeest der bevolking.

Jeanne smeekte haar vader, den pastoor zijn gang te laten gaan, maar telkens antwoordde hij: — Zulke menschen moet men bestrijden, dat is ons recht en onze plicht. Zij zijn niet menschelijk en zij begrijpen niets, niets! Zij doen alles in een noodlottigen waan, zij handelen tegen de wetten der natuur."

De priester voelde wel, wie zijn tegenstander was, maar hij wilde de raadsman en leider der jonge vrouw blijven en was zeker van de eindoverwinning. .

Een nieuw idee-fixe hield zijn gedachten voortdurend bezig: hij had toevalligerwijze de ongeoorloofde liefde tusschen Julien en Gilberte ontdekt en stelde zich tot taak, deze tegen te gaan.

Op zekeren dag verzocht hij Jeanne zich bij hem aan te sluiten om te strijden tegen een kwaad in haar eigen familie, om twee zielen van gevaar en zonde te redden.

Zij begreep hem niet en wilde alles weten. Maar hij antwoordde :

— Daarvoor is het juiste oogenblik nog niet gekomen. Ik zie u spoedig terug."

En hij ging, na een haastigen afscheidsgroet.

De winter liep op zijn eind; het was, zooals de boeren dat noemen, een echte kwakkelwinter geweest, vochtig en zacht.

Reeds eenige dagen later kwam de pastoor terug en sprak — in geheimzinnige woorden over onwaardige verhoudingen tusschen menschen, wier gedrag onberispelijk behoorde te

Sluiten