Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trok hij het voertuig hijgende naar de steile helling. Uit de hut klonken angstkreten en met doffe slagen beukten vuisten op de gesloten deur. Aan het uiterste randje van den heuvel liet hij het rollende huisje aan zijn lot over. In woeste vaart, steeds sneller, vloog het langs de helling, tegen de uitstekende punten van den rotswand stootende; en verbrijzeld, als een ineengezakt kaartenhuis, smakte het op den steenen bodem neer.

Hartverscheurende angstkreten klonken in het rond en een oude, rondzwervende bedelaar, die in een der overdekte kloven een schuilplaats had gevonden voor het noodweer, keek verstijfd van schrik en ontzetting naar het voorbij vliegende houten herdershuisje. Het duurde verscheiden minuten, eer hij met langzame, voorzichtige schreden zich' een weg durfde banen door de braamstruiken en het kreupelhout om te gaan zien, in welken toestand de ongelukkige slachtoffers der catastrophe daar beneden waren terechtgekomen.

Toen hij de helling halverwege was afgedaald, besloot bij toch maar liever eerst hulp te gaan halen in de dichtstbijgelegen boerderij. Hij had den moed'niet, alleen het verschrikkelijk te gaan zien.

Onder de puinhoopen van de herdershut vond men twee verminkte lichamen. Met verbrijzelde schedels en gebroken ledematen lagen zij naast elkander op den harden, modderigen grond.

De boeren herkenden onmiddellijk Vicomte Julien en de gravin, en men maakte allerlei veronderstellingen omtrent de oorzaak van het ongeluk.

— Wat moesten ze in die hut doen?" vroeg een der vrouwen.

En de oude zwerver veronderstelde, dat zij een schuilplaats hadden gezocht voor het slechte weer. Waarschijnlijk waren ze, evenals hijzelf, overvallen door den storm, die met zooveel kracht had gewoed, dat hij het lichte houten huisje had opgenomen en in de diepte geworpen. Hij vertelde verder, dat hij zelf in de hut had willen gaan schuilen, maar

Sluiten