Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liep hij verscheiden uren door, langs gebaande wegen, over slooten en heggen, en eerst tegen het vallen van den avond keerde hij naar httis terug, zonder te weten, hoe hij daar gekomen was.

De bedienden vertelden hem, geheel ontdaan, dat de beide paarden zonder ruiters terug waren gekomen; dat van Julien had het andere gedwee gevolgd.

Toen wankelde de graaf en met gebroken stem sprak bij:

— In dit noodweer zal misschien een ongeluk zijn gebeurd. Er moet onmiddellijk naar mevrouw en den vicomte gezocht worden ..."

Hijzelf verliet het kasteel weer, om, zoodra hij uit het gezicht was, onder de dichte struiken den weg te bewaken, waarlangs — dood of levend, stervende misschien of verminkt — de vrouw zou worden thuisgebracht, van wie hij zoo hartstochtelijk veel hield.

Hij behoefde niet lang te wachten. Vlak langs hem reed een kar voorbij, die een vreemden last droeg.

Voor het kasteel hield zij stil, toen reed zij de poort binnen.

Ja, dat was zij, die daar nu werd ingedragen.

Een vreeselijke angst hield hem als aan de plek gebonden; hij wilde niets weten, geen zekerheid hebben, en hij bewoog zich niet, angstig bevend bij het minste geluid.

Hoe lang hij daar gewacht had, wist hij niet. Was het een uur? Of waren het verscheidene? Hij durfde niet naar huis, durfde den blik niet te ontmoeten van zijn vrouw, die nu misschien stervende was. En hij vluchtte nog verder, dieper het bosch in. Maar plotseling bedacht hij, dat zij misschien hulp noodig had, dat er niemand was, die haar zou kunnen verplegen en buiten adem holde hij naar zijn kasteel terug.

Vlak bij het huis ontmoette hij den tuinman en met bonzend hart vroeg hij:

— Hoe is het binnen?"

De man durfde geen antwoord geven.

j— Is zij dood?" vroeg hij nog eens, met angstige stem.

En de oude man stamelde:

Sluiten