Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overspel van haar man en de gravin, en de wraak van den bedrogen echtgenoot.

Zij zelf koesterde geen wrok meer tegen den overledeneT als zij terugdacht aan Julien, was het met een gevoel van stillen weemoed. Zijn gebreken waren in haar herinnering vervaagd: zelfs de gedachte aan zijn trouweloosheid was met hem meegegaan in het graf, en alleen een soort van dankbaarheid was in haar hart achtergebleven jegens den man, die haar had liefgehad en haar, al was het dan ook voor korten tijd, gelukkig had gemaakt.

Haar zoon, haar kleine Paul, was de afgod van haar en. van de beide oude menschen, die de eenzaamheid met baar waren komen deelen. En de kleine regeerde als een despoot over zijn drie opvoeders. Er ontstond tusschen hen zelfs een zekere afgunst op de kussen en liefkoozingen van het kind. Met onrustigen blik zag Jeanne, hoe het zijn grootvader omhelsde na een ritje te paard op de knieƫn van den ouden man.

Tante Lison, die door hem werd verwaarloosd als door iedereen, en, die soms als een ondergeschikte werd behandeld door den kleinen dwingeland, huilde uren lang in haar kamer omdat hij zijn kussen over had voor mama en grootvader, maar niet voor de oude tante.

De eerste twee jaren gingen voor den kleine kalm en ongestoord voorbij. Bij den aanvang van den derden herfst werd besloten tot aan het voorjaar in Rouen te gaan wonen en het gezin verhuisde daarheen. Maar in het oude, vochtige stadhuis kreeg Paul bronchitis; hij werd zoo ernstig ziek, dat men vreesde voor pleuris en de drie opvoeders verklaarden, dat de lucht op les Peuples onmisbaar voor hem was. Zoodra hij genezen was, keerde men naar het kasteel terug.

Nu begon een reeks van eentonige jaren. Voortdurend werden de grappige opmerkingen en bewegingen van het kind in zijn bijzijn bewonderd en geprezen. Zijn moeder noemde hem liefkoozend Paulet, maar hij kon dien naam

Sluiten