Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— God is overal, Mevrouw. Ik, die oprecht geloovig ben, voel zijn tegenwoordigheid echter niet, als zekere priesters zich tusschen Hem en mij plaatsen."

De markiezin stond met koninklijke waardigheid op.

.— De priester draagt het kleed van zijn kerk, mevrouw. Degene, die het vaandel niet volgt, is tegen hem en dus tegen ons."

Jeanne was eveneens opgestaan en met trillende lippen sprak zij:

.— U, mevrouw, gelooft in den God van één enkele secte; ik geloof in den God van alle brave, fatsoenlijke menschen." Zij groette en ging heen.

Ook de boeren keurden het af, dat Jeanne haar zoon niet zijn eerste communie had laten doen. Zij zelf bezochten slechts hoogst zelden de kerk, maar waar het de kinderen betrof, was het wat anders, en geen hunner zou het hebben gewaagd, een zijper kinderen op te voeden zonder de kerk.

Godsdienst is Godsdienst, nietwaar?

De baron nam de leiding van Pauls lessen op zich en Jeanne had slechts één dringend verzoek:

— Vermoei hem toch vooral niet te veel, papa!"

De toegang tot de studeerkamer was haar door den baron ontzegd, omdat zij elk oogenblik de lessen kwam onderbreken om te informeeren:

— Je hebt toch geen koude voeten, Paulet ?" of „Heb je ook hoofdpijn, Paulet?" Of om den leermeester te vermanen:

mm Laat hem toch niet zooveel praten, dan spant hij zijn keel te veel in."

Als de jongen vrij was, ging hij met moeder en tante tuii lieren. Zij hadden een groote liefde voor den tuinbouw opgevat. In de lente plantten zij jonge boomen en strooiden zij zaden om in den zomer vol verrukking te kunnen genieten van de jonge takjes, de frissche bloemen, waarvan zij ruikers plukten voor den salon.

Paulet werd groot; hij telde nu vijftien jaar en de „ladder" in de deurpost van den salon wees één meter achtenvijftig.

Sluiten