Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Urenlang bleef zij met den brief in haar handen zitten mijmeren. Misschien was het waar, wat de priester beweerde;

Toen de duisternis was ingevallen, sloop zij, door geen der huisgenooten opgemerkt, naar de kerk en geknield aan de voeten van den geestelijke, vroeg zij absolutie. Hij schonk haar die slechts ten halve, omdat, naar hij beweerde, God onmogelijk al Zijn genade kon schenken aan de woning, onder wier dak iemand leefde als de baron.

— U zult weldra de gevolgen der Goddelijke toegevendheid ondervinden," beloofde bij.

Inderdaad ontving zij een paar dagen later een brief van haar zoon, en in haar deemoedige stemming beschouwde zij dat schrijven als het volbrengen van de belofte, die de priester haar had gedaan.

.— Lieve moeder, wees niet ongerust over mij. Ik ben in Londen en bevind mij in den besten welstand, maar heb dringend behoefte aan geld. Wij hebben geen sou meer en kunnen niet eiken dag eten. De vrouw, die mij óp mijn reis vergezelde, en die ik van ganscher harte liefheb, heeft alles, wat zij bezat, reeds uitgegeven om mij niet te verlaten: een bedrag van vijfduizend francs. U begrijpt, dat mijn eer gebiedt om haar dat geld te restitueeren. Ik zou u eeuwig dankbaar zijn, als u mij vijftienduizend francs van mijn vaders erfdeel zoudt willen toezenden; ik zal toch weldra meerderjarig zijn. U zoudt mij hiermede uit groote moeilijkheden redden. Adieu, lieve moeder, ik omhels u in gedachten, evenals grootvader en tante Lison. Ik hoop u spoedig weer te zien.

Uw zoon,

Vicomte Paul de Lamare."

Hij had haar geschreven I Vergeten had- hij haar dus niet. Zij dacht er niet aan, dat hij om geld had gevraagd. Natuurlijk zou hem gezonden worden, wat hij noodig had.

Sluiten