Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeannes geestfwas zoodanig verzwakt, dat zij niets scheen te begrijpen.

Tegen het eind van den winter kreeg tante Lison, die toen achtenzestig jaar was, bronchitis, die overging in borstvliesontsteking. Zij stierf en haar laatste woorden waren:

— Mijn arme, kleine Jeanne, ik zal den goeden God vragen om medelijden met je te hebben."

Jeanne volgde haar naar het kerkhof, zag de aardkluiten neervallen op de kist en toen zij dreigde neer te vallen, omdat zij uitgeput was door ellende en verdriet, voelde zij zich opgenomen in de stevige armen van een boerenvrouw, die haar naar huis droeg, alsof zij een klein kind was geweest.

Gedwee liet Jeanne, die vijf nachten bij het ziekbed van tante Lison had gewaakt, zich naar bed brengen; zij liet zich door de onbekende vrouw, die zacht maar vastberaden wist op te treden, vertroetelen, als in haar kinderjaren,

Midden in den nacht ontwaakte zij uit een zwaren slaap. Op den schoorsteen flikkerde een klein nachtlampje en in den fauteuil zat een vrouw te slapen. Wie was zij ? Jeanne kende haar niet, en zij boog zich over den rand van haar bed om het gelaat der slapende beter te kunnen onderscheidén bij het onzekere licht van het kleine olielampje.

Het kwam haar voor, alsof zij dat gezicht reeds eerder had gezien. Maar wanneer en waar? De vrouw sliep rustig, het hoofd was op den schouder gezakt en de witte muts was op den grond gevallen. Zij kon veertig of vijfenveertig jaar zijn, en zij zag er stevig en blozend uit. Haar breede handen lagen in haar schoot en het haar begon aan de slapen grijs te worden. Aandachtig keek Jeanne naar de onbekende boerin, die zich zoo liefderijk over haar had ontfermd.

Zeker, zij kende haar. Was het van vroeger of eerst uit latere jaren? Zij wist het niet, en zachtjes stond zij op om de slapende meer van dichtbij te beschouwen. Dat was de vrouw, die haar op het kerkhof in haar armen had genomen en naar huis gedragen. Waarom was zij hier gebleven?

Sluiten