Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar jongen geleek. Hij had een blozend uiterlijk met de blauwe oogen en het blonde haar van zijn moeder. En toch leek hij op Julien. In welk opzicht, dat wist zij niet. De jonge man vroeg weer:

— Als u mij nu even alles kon laten zien, zoudt u mij, een groot genoegen doen."

Maar zij wist zelf nog niet, wat zij mee zou kunnen nemen naar het kleine huisje, en zij verzocht hem, aan het eind der week terug te komen.

Het uitzoeken der meubelen, het schiften der voorwerpen, die haar alle zonder uitzondering zoo lief waren, nam nu al haar tijd in beslag. En zij koos ze één voor één uit, de stoelen, die als goede, oude vrienden voor haar waren geworden, waaraan zich blijde zoowel als smartelijke herinneringen vastknoopten; de antieke secretaire, waarvan elke lade een geheimzinnige bergplaats was geweest. De kleine vergulde pendule uit haar eigen kamer en de fauteuils uit den salon, hoe zou ze één van al die dierbare voorwerpen hebben kunnen achterlaten? Herinnerde alles niet aan haar jeugd, aan de jaren van ongestoord geluk, toen zij luisterde naar de verhalen, die vader haar deed van den vos en den ooievaar, den krekel en de mier . . . ?

Ingiet laatst van September kwam de jonge boer Denis Lecocq, de zoon van Rosalie en Julien, met zijn karretje om het eerste transport weg te halen. Rosalie ging met hem mee om bij het afladen te helpen en om meteen de meubels op hun plaats te zetten.

Toen zij alleen was achtergebleven, liep Jeanne met een gevoel van wanhoop door de eenzame kamers van het kasteel. In ziekelijke overspanning kuste zij alles, wat zij niet mee kon nemen naar haar nieuwe woning, de groote witte vogels, die in het behangsel van den salon waren geborduurd, de groote, koperen kandelaar op zij van den schoorsteenmantel.

Daarna ging zij afscheid nemen van de zee. De grauwe, dikke regenlucht scheen op de aarde te drukken, somber en

Sluiten