Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij waren te oud geworden om nog aan nieuwe meesters te kunnen wennen. Marius was getrouwd en had eenige jaren geleden al het kasteel verlaten.

? Een fijne, koude regen viel neer en Rosalie was druk bezig een paar warme dekens in het open karretje te leggen.

Op de keukentafel stonden'groote koppen geurige koffie te dampen. Jeanne dronk met kleine teugjes haar kop leeg. Toen zette zij het grove, steenen kopje neer en sprak: „Kom, laat ons gaan!"

Zij zette haar hoed op, sloeg een warmen shawl om en, terwijl Jeanne de overschoenen om de laarsjes van haar meesteres schoof, fluisterde Jeanne:

— Herinner je*je nog, mijn kind, hoe het regende, toen wij van Rouen vertrokken om hier heen te gaan?"

Met een krampachtige beweging sloeg zij de handen voor het gelaat en bewusteloos'viel zij in de armen van Rosalie.

Meer dan een uur scheen het, alsof de levensgeesten geweken waren. Toen zij de oogen weer opende, barstte zij opnieuw in tranen uit. Rosalie vreesde een nieuwe crisis en riep haar zoon, met wiens hulp zij haar meesteres in het rijtuig brachten. De dienstbode hulde Jeanne zorgvuldig in de dekens,' hing nog een warmen mantel om haar schouders en beschermde haar tegen den regen met een groote, donkergroene parapluie.

De jonge man ging naast zijn moeder zitten en het paard zette het oo een sukkeldrafje.

Even buiten het dorp liep een eenzame wandelaar langzaam den weg langs, die het karretje moest nemen. Het was pastoor Tolbiac, die daar met opzet de wacht scheen te houden. Hij bleef staan om het rijtuig te laten passeeren. Met zijn linkerhand hield hij zorgvuldig zijn soutane bijeen uit vrees voor modderspatten, zoodat zijn magere beenen in grove, zwarte kousen, als staken te voorschijn kwamen.

Jeanne sloeg de oogen neer om zijn blik niet te ontmoeten en Rosalie, die alles wist, bromde woedend: „Lomperd!" Toen fluisterde ze haar zoon in 't oor: „Leg de zweep er

Sluiten