Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— U hebt mij een grooten dienst bewezen,". schreef hij, „want wij verkeeren in de diepste ellende."

Jeanne kon niet wennen in Batteville *, het was haar, alsof zij er niet zoo ruim kon ademhalen; zij voelde zich nog eenzamer, nog meer verlaten dan op les Peuples. Een zekere onrust dreef haar naar buiten en urenlange wandelingen maakte zij langs den heuvel van Verneuil, voorbij Trois-Mares, om, weer thuis gekomen, diezelfde onvoldane gewaarwording weer in zich te voelen opkomen.

Eindelijk wist zij het, waarnaar zij verlangde, wat er aan haar nieuwe omgeving ontbak:

De Zee 1 Hoe snakte zij ernaar, die Zee terug te zien, in wier onmiddellijke nabijheid zij vijfentwintig jaren geleefd had, die Zee met haar diepe stem, haar ruischende golven, die zij eiken morgen van uit haar venster in les Peuples had zien aanrollen, wier adem zij dag en nacht had gevoeld en die zij was gaan liefhebben als iets onmisbaars in haar leven.

Ook Massacre scheen zich niet op zijn gemak te voelen; doodstil bleef hij in de keuken liggen, zich slechts af en toe met een dof gebrom omkeerend. Zoodra echter de avond viel, stond hij op, sleepte zich naar den tuin en hief een luid, klagend geblaf aan. Dan ging hij terug naar de keuken, ging weer voor het fornuis liggen, dat nog warm was en bleef zachtjes janken, soms tot den volgenden morgen. Het was Jeanne onmogelijk den slaap te vatten, als zij het klagende gehuil hoorde van het oude beest, dat helmwee had naar zijn vroegere omgeving.

Het was een opluchting voor haar, toen Rosalie hem op een morgen dood vond liggen in de keuken.

De winter verliep eenzaam en somber voor Jeanne, die geen enkele afleiding vond en om wie niemand zich bekommerde. De groote weg, die langs haar huis liep, was verlaten en doodsch; slechts- een enkele boerenwagen kwam voorbij-

Sluiten