Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij ging heen, en zij liep de straten door, zonder er zich om te bekommeren, waar, zij was. Zij haastte zich, alsof zij een dringende boodschap had. Voorbijgangers bonsden tegen haar aan, zonder dat zij het merkte. Rijtuigen snorden langs haar heen, zij lette er niet op, hoorde de waarschuwende stemmen der koetsiers niet,

In een grooten tuin ging zij, uitgeput van vermoeidheid, op een der banken zitten." Wandelaars bleven staan om naar de snikkende, oude vrouw te kijken; zij zag hen niet en eerst toen zij ijskoud was geworden, stond zij op om verder te gaan.

Haar beenen weigerden bijna hun dienst, maar zij had den moed niet om een restaurant binnen te gaan.

— Ik zal doorloopen tot het volgende," sprak zij tot zichzelf, maar zij liep ook dat voorbij. Eindelijk kocht zij bij een bakker een broodje en at dat onder het loopen op. Zij had dorst, maar zij wist niet, waar zij iets zou gaan drinken,

Zij stak een breeden weg over en was weer in een tuin. Daar herkende zij het ■ Palais-Royal. Een paar uur lang bleef zij op een zonnig plekje op een der banken zitten.

Elegant gekleede dames en heeren wandelden haar voorbij. Een lachende en druk pratende menigte was het. Vrouwen, stralend van schoonheid en jeugd, wie het leven slechts geluk scheen te brengen.

Jeanne stond op om weg te vluchten uit dien menschenstroom, maar de gedachte flitste door haar brein, dat zij misschien Paul hier kon ontmoeten, en zij begon de paden door te loopen met langzame schreden, opdat niemand aan haar blik zou kunnen ontsnappen.

De voorbijgangers keken haar na en wezen lachend naar de vreemde verschijning. Zij merkte het en schaamde zich over haar nieuwe japon met groote, groene ruiten, die door Rosalie was uitgekozen en volgens haar aanwijzingen gemaakt door de naaister van Goderville.

Zij had zelfs den moed niet meer, den weg te vragen en

Sluiten